AERDENHOUT, Zondag Oculi, 11/3/2007. Gezinsdienst. Tekst: Lucas 9, 28-36

Topervaringen. Dat zijn heel bijzondere momenten in je leven. Stel je voor, je speelt in een hockey- of voetbalelftal en in die ene wedstrijd, waarbij het er om gaat of je promoveren zult, scoor jij. Dat blijft je je hele leven bij, want dankzij jouw doelpunt promoveert het elftal Of je zit in een schoolorkest en mag de solo spelen. Dat gaat wonderbaarlijk goed, veel beter dan je ooit thuis, tijdens het oefenen, had gedacht. Ook dat blijft je je hele leven bij. Of je gaat met vacantie en wordt voor het eerst stralend verliefd. Die eerste grote liefde blijft je ook je hele leven bij. Dat zijn topervaringen: momenten die je altijd bijblijven, die gegrift staan in je ziel. Dan ben je later 40 en denk je nog terug aan je eigen verwondering over het feit dat je zo goed hebt gespeeld. Je wist zelf niet dat het in je zat, maar plotseling was het er. Iets dat je vreemd genoeg ook niet kunt afdwingen. Je kunt thuis eindeloos oefenen op bepaalde passage en die uiteindelijk feilloos kennen, maar tijdens concert gaat het dan net niet zoals gehoopt. Het ging goed, vlekkeloos misschien wel, maar toch miste er iets. Het ging goed, maar meer ook niet. Je kunt het blijkbaar niet afdwingen. Dat is het vreemde met een topervaring: het komt uit jezelf, maar je maakt het niet helemaal zelf. Plotseling zit er meer in jezelf dan je ooit had gedacht, maar toch kun je het niet vastpakken. Je kunt er niet voor oefenen en zeggen ‘nu ga ik een topervaring beleven’. Mensen bereiden b.v. een huwelijk heel lang van tevoren voor, vaak zelfs een jaar tevoren, en doen er alles aan om er een topervaring van te maken. Maar of het dat wordt, dat heb je niet in de hand. Soms wordt het een heel mooi feest, alles loopt op rolletjes, maar het raakt je niet en je hebt niet het gevoel dat meer in zit dan gedacht. Anderzijds, een topervaring kan je zomaar overvallen. Er is b.v. een moment dat je voor het eerst bewust bedenkt hoeveel je van je vader en moeder houdt en jaren later weet je nog ‘dat was het moment dat ik me realiseerde: wat houd ik v die mensen’. Alsof je voor het eerst het gewicht van de liefde ontdekte. Dat zijn topervaringen: een bepaalde verrukking.

Zo staat Jezus op een berg, kijkt rond en is zo in gedachten verzonken dat het vanzelf overgaat in bidden. Dat kan je overkomen. Ga alleen aan het strand wandelen, je loopt, loopt, loopt, je raakt steeds meer verzonken in zand en zee en je gedachten gaan automatisch over in bidden. Hoe? Zo. Je ziet een meeuw over de golven scheren en je denkt ‘wat is die vrij!’. En dan bedenk je ‘bewonder ik hem of ben ik jaloers?’. En dan zeg je ‘ik zou graag net zo vrij zijn als die meeuw’. Daarna zeg je ‘God, wat zou ik graag vrij zijn’.
   Zo gaat het met Jezus op die berg. En dan plotseling verandert zijn gezicht en worden zijn kleren wit. Nou dat zijn gezicht verandert, dat kunnen we ons nog voorstellen. Maar kleren die zomaar van kleur veranderen. Kan dat? Om dat te begrijpen, moeten we even terug naar de meeuw. Als je naar de meeuw kijkt, dan bedenk je ‘wat is die vrij, ik zou even vrij willen zijn als hij’. Dus je zou anders willen zijn, je zou van jezelf losgemaakt willen worden. Dat heeft iedereen, dat hij soms van zichzelf losgemaakt zou willen worden. Je hebt b.v. stijl haar en je wilt dolgraag krullen. Of je vind jezelf te klein en te dik. Of, je zou net zo goed piano willen spelen als het meisje dat vóór jou les heeft. Maar mensen zitten aan zichzelf vast en komen er niet van los. En dan  nog. Gesteld dat we anders zouden kunnen worden, geen stijl haar hadden maar krullen, zouden we dan vrij zijn, echt anders? Nee, dan zouden we weer zeggen ‘nu heb ik krullen, maar ik wil graag stijl haar’. Alsof je altijd in een cirkel rond blijft draaien. Totdat je een topervaring hebt. Dan word je even losgemaakt van jezelf en word je echt even anders. Je haar verandert niet, maar wel een soort gevoel dat de mensen je ‘ziel’ noemen. Je wilt worden als meeuw en plotseling voel je ook een enorme vrijheid. De meeuw maakt iets los in je dat wel in je zat, maar dat je zelf niet naar boven kon halen. Daar had je de meeuw voor nodig. Je moest je ahw overgeven aan het beeld van die meeuw en op dat moment reikt die meeuw jou een topervaring aan. Daarom bereik je die ene avond van het een concert dat niveau van een fantastisch spel. Je straalt helemaal. Je gezicht en kleren veranderen niet van kleur, maar je draagt en gedraagt je plotseling zo zwierig dat iedereen voelt dat je andere kleren aan hebt, dat jouw buitenkant veranderd is. Hebt ontzettend mooi gespeeld en plotseling doet het er niet meer toe dat je stijl haar hebt. Je bent verliefd en plotseling is het niet meer belangrijk dat je klein bent. Je kunt het accepteren, je kunt je ermee verzoenen. Alsof iemand jou een zoen geeft en zegt ‘het is mooi, dat leven van jou, het is heel erg mooi dat jij bestaat, daar geniet ik van’. Dat hoorde Jezus dus, zo’n stem, zo’n zoen als het ware. Je wordt losgemaakt van jezelf en weer aan jezelf teruggegeven. Je raakt verzoend met jezelf omdat iemand ahw een zoen aan je geeft. Dat is het mooiste van de topervaring. Je weet en voelt even ‘het is goed dat ik besta; ik geniet ervan en vreemd genoeg iemand anders ook ‘. Je denkt dan bijna dat die meeuw het beeld van God is, een soort vrijheid die jou ook weer bevrijdt. Hij is zo los, niet vastgebonden, dat hij jou ahw verlost.

En toen dacht Jezus verder. Als ik nou ooit dood ga, hoe gaat het dan? Misschien heb ik wel pijn, misschien ben ik wel veel te jong. Zou die meeuw dan nog rond me vliegen? En voor die vraag hoef je niet eens dood te gaan. Het kan om elk afscheid gaan. Je gaat naar een andere school of je verhuist. Of je kijkt op een gegeven moment met andere ogen naar je ouders en denkt ‘dat zoek ik zelf wel uit‘. Dus je neemt een beetje afscheid: jij bent jij, zij zijn zij. Op heel veel momenten neem je afscheid en ga je een beetje dood. Is er dan, bij dat afscheid, die geweldige meeuw? Kun je dan echt stralen zodat mensen zien: hij neemt afscheid van school, van zijn ouders en hij gaat niet dood, maar hij gaat juist leven. Omdat je die meeuw ziet vliegen.
   Dat zag Jezus dus. Dat hij ooit afscheid zou nemen. Zelfs van het leven afscheid zou nemen en dood zou gaan. Maar dat hij niet dood zou gaan, maar zou leven. Hij werd losgemaakt van zichzelf en teruggegeven aan zichzelf. Een moment van intense verzoening omdat hij die ene stem hoorde die zei ‘wat heerlijk dat jij bestaat, wat geniet ik daar van’. Dat moment kun je niet vasthouden; je kunt het niet in een kast opbergen, in een fotoalbum bewaren. Alleen in je gevoel, je ziel is er echt iets anders geworden. Je straalt van binnen en van buiten: als een echt kind van Jezus.

M.A. Smalbrugge: les-passerelles@planet.nl