AERDENHOUT, Zondag XV na Trinitatis, 16/9/2007. Tekst: Mattheus 9, 1-8

Parijs rond 1890. In het grote psychiatrische ziekenhuis La Salpêtrière de werkt befaamde arts Charcot. Hij is beroemd om zijn wetenschappelijk werk en is b.v. degene die het verschil aantoonde tussen Parkinson en MS, beiden neurologische aandoeningen. Maar het was ook de arts die een zeer grote belangstelling had voor de zgn. hysterici. Dat waren in die dagen vooral vrouwen die onverklaarbare symptomen hadden, waaronder verlammingen. Maar ook epileptische aanvallen hoorden bij de klachten, evenals vreemd gedrag. Het curieuze was echter dat al die symptomen konden worden opgeroepen! Ze konden worden gesuggereerd, b.v. door een verzoek aan de arts of door hypnose. En het was ook duidelijk dat die verlammingen geen fysieke oorzaak hadden. (Overigens bestaat hysterie tegenwoordig als diagnose niet meer; het nu de theatrale persoonlijkheidsstoornis en wordt gekenmerkt door onechtheid, theater en leegte). Charcot dacht daarom dat de geest zich bij tijd en wijle in stukken splitste, zodat er ahw twee persoonlijkheden ontstonden. Freud, die daar in het ziekenhuis stage liep, vormde dat later om tot het idee van het onbewuste (niet: onderbewuste!). Mensen blokkeren op bepaalde momenten vanwege ofwel herinneringen aan vroegere traumata of vanwege innerlijke conflicten. Verlamming was dan dus een omdraaiing, een vertaling van een innerlijk conflict, een zgn. conversiesymptoom. Dat symptoom zou verdwijnen als je de oorzaak op het spoor kon komen. En inderdaad, zo ging vaak. Het leek wel een wonder.

Jezus legt aan op de oever van het meer van Tiberias en hij wordt meteen overvallen door mensen die grote verwachtingen van hem koesteren. Zo is er een verlamd man, gedragen door zijn vrienden, die bij hem wordt gebracht. Jezus ziet die mannen en zegt tegen de verlamde ‘houd moed; je zonden zijn je vergeven’. Dat schokt de schriftgeleerden, want vergeving is alleen aan God voorbehouden. Waarop Jezus de man ook nog eens geneest en de mensen God loven voor de macht die hij aan mensen heeft gegeven. Daar gaat het om: zonde vergeven, genezing en God loven vanwege de macht die hij aan mensen heeft gegeven. Niet aan Jezus alleen dus! Blijkbaar aan ons allen.
   Maar welke macht dan? Genezen of zonden vergeven? Of beiden? Stel u voor dat iemand u zou zeggen ‘uw zonden zijn u vergeven’. Hoe zou u dat ervaren? Zou u iets van opluchting voelen, dankbaarheid? Of juist ergernis, want ‘waar bemoei je mee; ik heb helemaal niet gezondigd’? Immers, zoveel is duidelijk, als iemand zegt ‘je zonden zijn je vergeven’, dan treedt hij ongevraagd in de binnenkamer van jouw bestaan. En zouden wij nu werkelijk in die binnenkamer worstelen met zonden? Dat lijkt sterk, want ‘zonden’ bestaan niet meer in ons besef; we kennen hooguit nog fouten. Natuurlijk, zonde is officieel zoveel als het je afwenden van God, maar dat kun je weer goedmaken. Wij voelen ons niet gebukt gaan onder een zondebesef en wij kennen dus ook niet de opluchting van de vergeving.

   Natuurlijk, we hoeven niet terug naar een loodzwaar zondebesef, maar het idee dat we hooguit vederlichte foutjes maken die altijd reparabel zijn, doet onrecht aan de diepgang van het leven. Wij gaan uit van de volgende, redelijk oppervlakkige, diepgang. Te weten, wij herstellen onze fouten, we bieden onze excuses aan als we iemand op de tenen hebben getrapt, we laten de tijd vele wonden helen en zien God als de kracht in onszelf. Een kracht die jou naar boven trekt, die je verbetert en die jou eigen is: denk niet te gering over jezelf! God is ons eigen baron von Münchhausentruc. Een gesloten systeem waarbij je jezelf steeds verbetert. Daarentegen het gevoel dat er in de mens een diepe onwil, een onmacht, onkunde, en onwetendheid omtrent onszelf bestaat, dat hebben we verloren. Onwil en onmacht die tegelijkertijd ook weer wel gewild en geweten zijn. Een onkenbaar stuk in onszelf dat lijkt op een ongeschapen deel van het bestaan. Ongeschapen in de zin van vormeloos, woest en ledig als de aarde voordat Gods woord er licht schiep. Welnu, als we dat deel al onderkennen, dan zeggen de mensen dat ze op dat deel geen greep hebben. Dus als er uit dat deel vreselijke dingen voortkomen, dan noemen we zo’n mens ziek. Maar ziek wekt de suggestie dat er te genezen valt en dat is niet zo. Twee voorbeelden. Judas houdt van Jezus, hij is een trouw volgeling en zelfs een zeker vertrouwensman, want hem was de kas toevertrouwd. Uit liefde voor het originele ideaal van Jezus zoals hij dat dacht te zijn(!), verraadt hij Jezus. En werkt hij dus werkt mee aan diens dood. Een zieke geest blijkbaar. Naar psychiater sturen daarom? Raakt hij dan genezen? Of neem David. Die wordt verliefd op de vrouw van een ander, gaat vreemd en laat vervolgens haar man vermoorden. Dus het begint met verliefdheid en eindigt met moord. Ook naar de psychiater. Want dan kunnen ze tenminste genezen raken. Of niet?

   Nee, het gaat verder. Er gebeurt iets met die mannen dat ze niet willen en ergens ook wel. Het gaat om een onmacht die toch hun eigen handelen is, hun eigen verantwoordelijkheid. De kern van de zonde is dan ook dat je het leven van een ander volstrekt ten eigen bate aanwendt. Dus denk nu niet ‘ja maar, ik ben geen moordenaar als David of Judas’, want niemand ontsnapt aan de verleiding het leven van een ander ten eigen bate in te zetten. Een voorbeeld uit het eigen vak. Predikanten kunnen, zo zegt men, zo prima mensen bijstaan, helpen en luisteren. Maar hoeveel eigen genoegdoening halen ze daar heimelijk uit; hoe onbaatzuchtig is hun luisteren? Als de eigen baat maar groot genoeg is, noemen we het een Jezus-Christus-complexje. Denken dat jij heel bijzonder bent omdat je zo goed kunt luisteren. Als je dan ook nog kunt suggereren dat je werkelijk lijdt onder al die smartelijke verhalen die je worden toevertrouwd, dat je je het aantrekt, dan word je een beetje de lijdende Christus. Jij glorieert als een bijna goddelijk mens. Welnu, als het werkelijk zo is, dan ken je het dubbelspel van de zonde niet. Denk aan het volgende voorbeeld. Als u zelf iets goeds doet, hoeveel geheime voldoening put u dan uit het idee iets heeeeel goeds te doen? Want u vertelt toch even aan deze of gene dat u bij deze of gene zieke bent geweest. De geheime boodschap daarbij: ik ben toch echt een goed mens. Ga één stap verder en dan heb je natuurlijk werkelijk zieke mensen nodig om aan te tonen hoe goed je bent en ga je gezonde mensen mishandelen om zieke mensen te krijgen die de aandacht op jou en jouw goedheid vestigen. Voor je het weet mishandelt een moeder haar eigen kind en hebben we te maken met Münchhausen by proxy (ouders die een kind mishandelen om zelf aandacht te krijgen; verhongeren; kwetsuren toebrengen; ziekten toedichten etc.). De winst? Aandacht en medelijden.

   Dát is het niveau waarop Jezus spreekt. Die vreemde ongeschapen wereld waarin geen licht schijnt, want God heeft daar nog niet gesproken. En de man of vrouw die zich bewust is van deze ongeschapen wereld waar hij wel en geen greep op heeft, die zal verstarren en verlammen. Die zal bang worden en temidden van de mogelijkheden die je hebt bij angt (fight, flight or freeze), zal hij verlammen. Ben je je er niet van bewust, dan gaat het hooguit om fouten in het leven en nooit om zonde. Want het leven lijkt slechts de diepgang te hebben van succes afgewisseld met fouten. God is jouw eigen kracht.

Tegen deze man, die verlamd is door het besef van de ongeschapen wereld in hem zelf, zegt Jezus ‘je zonden zijn je vergeven’. Dus hij laat een licht schijnen op de ongeschapen wereld, hij erkent het bestaan van de diepte van de ziel. Dan kan die verlamde man eindelijk vechten en opstaan. Want tegenover God moet deze diepte van het bestaan beleden worden en zichtbaar gemaakt. Juist omdat je gelooft dat hij zelfs in die ongevormde wereld aanwezig is en je niet loslaat. Dat zijn geest daar al zweeft, boven die oerwateren. Waarna het vreemde volgt: die vergeving is blijkbaar een kracht die onder mensen zou kunnen heersen. Maar…, wij kunnen dat niet, denken we meestal. Wij vinden vergeven heel moeilijk. We blijven zelf in de verlamming van de wrok steken, wij willen niet zien hoe diep het leven is.
   Maar juist hier, in deze ruimte, in Gods tegenwoordigheid, kan de bodem bereikt. Dan wordt het een bevrijding die verder reikt dan de psychologie. Want hier waait een macht die meer is dan onze eigen geest en die de mens zijn diepten niet aanrekent, maar hem recht wil doen. Hier gaat het om een macht die ons confronteert met de diepte. Niet om ons naar beneden te duwen, maar om ons te vergeven en te verheffen, zodat we kunnen opstaan en wandelen, de verlamming voorbij.

M.A. Smalbrugge: les-passerelles@planet.nl