AERDENHOUT, Zondag Laetare, 18/3/2007. Tekst: Johannes 6, 16-21 Het verhaal
van de wandeling over de zee, speelt zich af na de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging,
het wonder waarbij Jezus mensen die anders van honger zouden zijn omgekomen te eten gaf.
Een gebeurtenis waarbij hij ahw met dat brood de mensen zozeer aan zich bond dat zij bij
hem wilden blijven. Hij wil dat echter niet en trekt zich terug op een berg, alleen. Bij
het vallen van de avond is hij echter nog steeds afwezig en de discipelen besluiten dan
maar in arren moede alleen terug te gaan naar de bewoonde wereld. Ze gaan scheep, maar de
wind maakt de tocht gevaarlijk. Dan, onverwacht, zien ze Jezus over het water lopen, ze
schrikken ongehoord. Waarop Jezus zegt wees niet bang en ze stoten dan
plotseling op de oever. Ze zijn, vreemd genoeg, aangekomen. Eenzaamheid
is in eerste instantie een zekere afzondering die je al dan niet vrijwillig beleeft. Je
kunt b.v. gaan wandelen in stille streken en dan op eenzame plekken terecht komen. Je zult
dat soms heerlijk vinden. Of je kunt een functie bekleden waarin je wel eenzaam bent, maar
niet alleen (denk aan Koningin Wilhelminas Eenzaam maar niet alleen). Er
is een afzondering die bv aan het talent ten goede komt. Je kunt niet goed musiceren,
schrijven of schilderen zonder je af te zonderen. Maar de discipelen hebben te maken met
een ander soort eenzaamheid. Jezus heeft zich afgezonderd van hen en hen dus
achtergelaten. Dus dit is een eenzaamheid die door gemis wordt gekenmerkt en dat is een
pijnlijke eenzaamheid. Je hebt bv geen warm nest gehad en een leven lang mis je het gevoel
van ouderlijke warmte. Je groeit er wel overheen, maar er blijft toch een gletsjer van
eenzaamheid bestaan die in je rond schuift: de herinnering aan het gemis ontdooit heel
maar langzaam en er blijft een koude plek in het bestaan die nog steeds voelbaar, ook als
je zelf kinderen opvoedt. Of je hebt geen sociale vaardigheden geleerd en ook dan voel je
je een gletsjer. Het is het soort eenzaamheid die voelt als het ontbreken van herkenning
in het bestaan: niemand herkent je, jij voelt je niet herkend. Of je bent verlaten door
een vriendin: dat is eenzaamheid. Dat laatste, verlaten worden, is voor ons de ergst
ervaring en de grootste angst: hij zal me toch niet verlaten! Dat is een eenzaamheid die
bijna als een oordeel over je bestaan valt: ik ben blijkbaar niet de moeite waard. Mijn
bestaan kent niet de glans van een ander die op me wacht, die me draagt. Er is geen grond,
je komt niet dichter bij jezelf, maar vervreemdt steeds meer van jezelf. Je hart verdort
en raakt buiten je leven: je valt ahw uiteen. We zijn dan ook altijd bang dat dit de ware
bottomline van het leven is. Maar
het is niet de eenzaamhd die Jezus ervaart op de
berg. Die is geheel anders. Want Jezus heeft zich daar teruggetrokken op een berg zoals
kloosterling of kunstenaar. Zoals elk mens zichzelf bij tijd en wijle wil terugtrekken en
tot zichzelf wil komen. Want dát is de andere eenzaamheid: tot jezelf komen. Eenzaamheid
is ook de tocht naar binnen ondernemen, een ruimte opzoeken om alleen te kunnen zijn. Het
is in zekere zin een eenzaamheid die bestaat uit verwachting. Dus uit het vermogen om een
horizon te zien, een hemel te ontwaren. Het is het gevoel dat een mens vaak onderweg is
naar zichzelf, maar dat het een lange tocht is en dat je door die andere kant van de
eenzaamheid bedreigd kunt worden. Dat het jaren kan duren voordat je met jezelf samenvalt.
Dat is de eenzaamheid die leidt naar jezelf, naar een ander zelf. Het vermogen jezelf los te laten en te weten dat een ander dan een ander bestaan in je zaait, dat het oude leven voorbij gaat en dat je met een nieuwe mens bekleed wordt. Soms moet je dus stukken geloof loslaten, soms stukken leven of beroep. Want anders blijft de verlatingsangst de geheime meester van het bestaan. Wat we echt zouden moeten verlangen daarentegen, is loslaten zodanig dat het wordt als een overgave aan een macht die leven wekt. Dat is wat anders dan het gevoel dat Jezus in alle nood toeschiet om je te helpen. Nee, dat doet Hij niet. Hij loopt over het water, dwz hij kan niet meer verdrinken in de verlatingsangst die ons naar beneden kan sleuren en schipbreuk kan laten leiden. Maar om Hem te zien, moet je alleen durven zijn, de twee kanten van de eenzaamheid kunnen onderscheiden en de grote bestaansvragen onder ogen durven zien. Dat is de kern van het ambt: met mensen meegaan tot in de diepste vragen naar verlating, genade en rechtvaardiging. En mensen vervolgens durven voorhouden dat je soms wat moet loslaten om iets te winnen. Niet als kost die voor de baat uit gaat, maar als de graankorrel die sterft om een halm te worden. Dan is het ambt de vreugde van een weg naar God én naar jezelf als één en dezelfde weg: bekleding met een nieuwe mens. Met Calvijn: de hele wijsheid bestaat uit twee delen: kennis van onszelf en van God. Ben je zover, heb je dat bereikt, dan ben je op je bestemming. M.A. Smalbrugge: les-passerelles@planet.nl |