AERDENHOUT, Zondag Exaudi (Weeskind), 20/5/2007. Tekst: Johannes 21, 1-14 Met verbijstering, verwarring en vreugde zijn de discipelen getuige geweest van de opstanding. Jezus. Jezus, de man die zij hadden zien sterven, was uit dood opgestaan en had zich zelfs aan hen vertoond! Ingrijpend en ontroerend, zeker. Maar toch was de hele gebeurtenis veeleer zoiets als de verschijning van een komeet aan een verre hemel: het had hun kijk op de geschiedenis niet meer veranderd, want naar hun gevoel was het leven van Jezus op aarde afgelopen. Daarmee was het dan ook tijd geworden om het gewone leven te hervatten. Ze hadden een aantal jaren met hem opgetrokken, waren vanuit de provincie Galilea naar de stad Jeruzalem getrokken, hadden hun werk als vissers opgegeven, maar nu was dat allemaal voorbij. De hele periode van het leven met Jezus was als een steen in de vijver van hun bestaan: veel en grote kringen eerst, maar langzamerhand waren die weggeëbd. De opstanding was dan ook niet meer dan opflakkering, een komeet aan de hemel, vurig en indrukwekkend. Maar eigenlijk ook al een moment dat je niet meer raakt. Zo gaat dat: je maakt 2 à 3 jaar iets mee dat je intens beroert, daarna ebt het weg en blijf je achter met een herinnering die mooi en schrijnend is: een eenzame bloem in de gesloten hof van je ziel. Je herneemt je leven: het is zoals het is. Petrus is dan degene
- als zij eenmaal terug zijn in Galilea - die dat onder woorden durft te brengen en durft
aan te geven dat de cirkel gesloten lijkt. Hij zegt ik ga vissen en letterlijk
herneemt hij daarmee zijn oude leven en sluit deze periode af. Als hij dat durft te
zeggen, dan sluiten anderen zich snel bij hem aan en voor het eerst sinds jaren steken zij
weer van wal in een vissersbootje, bij vallend licht, de nakende nacht, in de hoop iets op
te halen: vis, een vroeger leven. Maar die hele nacht is hun zwoegen vergeefs. Er wordt
niets opgehaald. Het oude leven blijft buiten hun bereik en valt blijkbaar niet zomaar
voort te zetten. Anderzijds, ook dat nieuwe leven met Jezus is eveneens een afgesloten
hoofdstuk. Het heet dat zij in de nacht werken en verkeren, maar in feite
verkeren ze in een niemandsland. Ze weten niet waar ze de steven van het leven naar zullen
keren. Dat is het mysterie
van de nacht. Ofwel je treft ahw een soort leiding
en een Stem die met jou spreekt over de richting van je leven. Ofwel je spreekt slechts
met jezelf en je weet dat het leven prettig kan zijn, maar toch ook lijdt aan een diepe
zinloosheid. Zon stem hoor je natuurlijk niet letterlijk in je leven. En misschien moet je ook niet eerst vragen of zon stem bestaat, maar ligt het net iets anders. Want als wij inslapen, geven we ons over aan een macht die we niet kennen en waaruit we toch weer opstaan. In die overgave schuilt blijkbaar het vertrouwen dat we door de nacht heen gedragen worden en weer op de oever van de volgende dag, van een nieuw leven, zullen landen. Dus de eerste vraag is niet of zon stem bestaat, maar of we ons durven overgeven en durven te vertrouwen? Als je dat doet, dan hoor je blijkbaar ín je, zonder het te weten, een stem waaraan je je durft over te geven. Dit keer niet de stem van het weten dat je niet wilt weten (dat is het gevecht met jezelf), maar een stem die richting aangeeft, die je bevestigt en draagt. Geloof is geen sprong in het duister en diepe; het is niet zoveel als het verstand op nul en dan maar geloven. Nee, het is zoveel als er vanuit gaan dat overgave een soort kennis inhoudt. En als er kennis aanwezig is in jou, dan is dat een levende stem in jou. Kennis in echte zin is geen feitenkennis die je kunt opbergen, maar is een levende werkelijkheid die je leven vormgeeft. Daarom is kennis in diepste zin niets anders dan liefde. Dan is het dus een Stem die je richt en het leven soms herschept. Je herkent ahw een stem die onder het bestaan ligt en in die zin aan het bestaan al vooraf ging. Een stem die je schiep, liefhad en uiteindelijk ook brengt op de oever van een ander leven. Want ook de dood kan die stem het zwijgen niet opleggen omdat zelfs hij ahw door die stem geschapen is. Die stem kun je herkennen in dit verhaal. Want zodra je je kunt voorstellen wat de discipelen overkwam, ben je het verhaal binnengetreden en kun je de stem van het verhaal herkennen als Gods stem. M.A. Smalbrugge: les-passerelles@planet.nl |