AERDENHOUT, Zondag Pastor Bonus, 22/4/2007. Tekst: Johannes 20, 11-18

Er was ooit een stralende nimf Echo die verliefd werd op de mooie jongen Narcissus. Helaas, ze had een spraakgebrek en kon slechts het laatste deel van een zin herhalen. Eens trof deze lieftallige Echo haar Narcissus alleen in het bos en wilde hem omhelzen. Ontzet riep Narcissus daarop uit ‘ik wil niet dat je me vasthoudt’. Zij kon slechts herhalen ‘dat je me vasthoudt’. In paniek geraakt door die woorden, vlucht Narcissus dan. Hij ontsnapt aan het verlangen van Echo, haar achterlatend in een verterend verdriet, zodat slechts haar stem overblijft. Eenmaal ontkomen aan Echo, rust hij uit bij meertje, ziet daarin een man die hij wel wil omhelzen. Maar zodra hij hem aanraakt, is het beeld weg. Narcissus verstart - ook hij in groot verdriet - dan tot de narcis.
   Zo tekent Ovidius (een Romeins schrijver die leefde van 43 voor Chr tot na 17 na Chr) in een romantische setting een illusieloos beeld van de mens. Mannen zijn vaak bang voor intimiteit (houd me niet vast) en dwingen een vrouw gemakkelijk te herhalen wat zij zeggen: ik ben geweldig! Geweldig! Het leven van zo’n vrouw verschrompelt dan tot echo. De man zal zijn zelfbeeld bewonderen, het zelfs willen vasthouden, maar kan dat niet omdat hij de dynamiek van zijn verlangen niet kent. Hij is de narcist die voor de stoomwals van de depressie uitrent en uiteindelijk verstart tot een steriele bloem. Het beeld van de zgn. catatone depressie, de ergste depressie die er is waarbij een mens geheel verstijfd raakt. Dus, lijkt Ovidius te zeggen, helaas is het zo dat mensen aan elkaar voorbij leven, want zij kunnen hun angst en verlangens niet hanteren. Illusieloos inderdaad. Maar je lijkt toch - vreemd genoeg -  bij Jezus hetzelfde refrein te horen als deze tegen Maria zegt: houd me niet vast (het befaamde noli me tangere). Blijkbaar mag ze alleen aan anderen vertellen wat Jezus zegt, dus voor Echo spelen. Maar is leven dan werkelijk niet meer dan de onmogelijkheid van intimiteit en de doem van zelfdestructie? Hoe moeten we dan verder?

Maria is immens getroffen door de dood van Jezus en daarom naar het graf gegaan om daar te treuren. Wat blijkt? Het graf is geopend en daarbinnen treft ze twee mannen die vragen waarom zij huilt? Uit verdriet, zegt ze, ze weet niet waar ‘ze’ Jezus hebben neergelegd. Ze draait zich om en ziet dan Jezus, maar houdt hem voor de tuinman en vraagt hem of hij weet waar Jezus is? Waarop hij haar naam noemt en zij ziet wie hij is: Jezus zelf. Dan zegt hij, geheel onverwacht: houd me niet vast. Waarom? Mag ze niet even hem aanraken, even om de hals vallen?
   Wat betekent dat hier, dat vasthouden?  Vasthouden is zoveel als iets of iemand bij je houden. B.v. een kind van drie jaar dat vraagt of jij zijn  handje wilt vasthouden als je grote winkel binnen gaat. Dat geeft veiligheid want anders zou hij kunnen verdwalen. Of de zieke die vraagt of je zijn hand vasthoudt, want hij zou kunnen verdwalen in de angst voor de dood. De man die roept ‘houd me vast, anders sla ik er op’; hij zou kunnen verdwalen in de agressie. De vrouw die zegt ‘houd me vast’, en die bedoelt ‘laat me niet los’, want anders verdwaalt zij in eenzaamheid en verlies. Tenslotte, wij houden vast aan onze principes en overtuigingen want anders verdwalen we tussen alleman en gaan we op in de massa.
   Vasthouden gaat dus over de angst dat je verdwaalt in het leven, dat eenzaamheid, angst en zinloosheid het laatste woord hebben. Dat niemand werkelijk op je zit te wachten, jou wil. Dat niemand je leven deelt en je bestaan rechtvaardigt, zodat je je gedwongen afvraagt ‘waarom leef ik eigenlijk’? Daarom zeggen wij zo vaak wanhopig (en dat overkomt ons allemaal en vele malen) houd me vast! Het is ahw een gebed dat we beter kennen dan het Onze Vader. Want vasthouden is het bestrijden van leegte. Wij houden vast aan principe, liefde en geloof en maken hen tot bouwstenen van het huis dat de grote leegte van het bestaan buiten moet houden. We houden vast en zelfs als we onze geliefde of God moeten claimen om het huis te kunnen bouwen, dan doen we dat en maken onze ware intense verlangens naar echte intimiteit (hold me tight) tot een angstige claimcultuur (blijf bij me; jij bent van mij).
   Als vasthouden dus eigenlijk over de leegte en zinloosheid van het leven gaat, over het feit dat er zo’n gapend niets in het leven lijkt te schuilen, dan is de grote vraag of er ooit een echte schepping heeft plaatsgevonden? Is er ooit een leegte, het niets, gevuld met liefde waardoor leven ontstond? Bestaat zo’n schepping, zo’n Schepper? En dan hebben we het niet over de Big Bang of Intelligent Design, maar over de vraag of echt leven pas ontstaat als in de leegte de liefde zich heeft ontvouwd? Liefde die ahw op je wachtte zodat je toen pas werd geboren. Zodat je toen pas kon ervaren dat je leven gerechtvaardigd was. Dat is de grote vraag achter vasthouden: die over schepping, rechtvaardiging en liefde.   
   En daarom moet je juist niet vasthouden. Want dan ga je God, je geliefde of je principes inzetten tegen de leegte. Dan vraag je hen je hand vast te houden. Wat soms mag, maar dan niet om de grote vraag over schepping, liefde en rechtvaardiging te vermijden. Want juist dat ‘niet vasthouden’ schept ruimte, nabijheid en intimiteit. Nabijheid die niet claimt, maar bestaat uit ontvankelijkheid en verwachting. Want let op, Narcissus zegt ook wel ‘houd me niet vast’, maar hij claimt tegelijkertijd Echo. Zij moet roepen dat hij geweldig is en ze moet de spiegel van zijn zelfbeeld zijn. Geloof en liefde daarentegen moeten op een andere leest geschoeid zijn. Daar moet het gaan over schepping en rechtvaardiging. Het moment dat je de leegte durft aan te kijken en gewichtloos, levenloos als een veer of bloesemblad, zweeft en neer zult vallen in het niets. Totdat je hoort dat iemand je naam roept. Een roep die niet is bedoeld om die naam, die mens, te claimen, maar om hem te verheffen, in Gods oor te fluisteren en in zijn hart te leggen.

Want, zegt die vreemde Jezus, houd me niet vast, ik ga naar mijn vader en jullie vader. Dus zegt hij met zoveel woorden dat het bestaan moet worden opgedragen aan een geest die de leegte maakt tot een ruimte van ontmoeting. Dat is wat hij doet, iemands naam en persoon in Gods hart leggen zodat de ontmoeting tussen God en mens gestalte krijgt. Daar zijn deze ruimte en deze verhalen dus voor!: de ontmoeting met jezelf, met God en weten dat die niet los van elkaar verkrijgbaar zijn. Weten, deep down, dat je ooit vragen wilt stellen over liefde, schepping en de zin van het leven, maar dat je wilt dat de leegte die daarin potentieel schuilt niet een enge angst wordt maar de ruimte van de ontmoeting. Dan moet je durven horen ‘houd me niet vast’. Toegegeven, dat is moeilijk. Wij houden vast aan ons geloof en omgekeerd, als niet gelooft houd je vast aan je niet-geloven. Prettig, want zo beschermen we onszelf tegen de leegte, maar sluiten ontmoeting en schepping door de ander, de liefde waarin je geboren wordt, uit. En natuurlijk, je kunt niet alles opgeven, je kunt niet altijd loslaten. Maar er is ook een moment dat je beseft dat het leven herschapen moet worden en andere inzet behoort te hebben dan je tot dan toe dacht. Dat is wat Maria overkwam. Jezus is uit de dood opgewekt, maar Maria is niet minder geroepen uit de leegte van de zinloosheid tot een nieuw bestaan, tot ontmoeting. Haar naam rust in Gods hart omdat heeft durven verlangen in de diepe leegte naar rechtvaardiging, liefde en herschepping. Wat zij ons vertelt, vertelt ze niet als een Echo, maar als  vrouw die is teruggekomen uit de leegte met een eigen stem: die van een mens gezien door God, door de liefde.

M.A. Smalbrugge: les-passerelles@planet.nl